Auteur
Kenneth Hannaert, Laura Jousset
De FARI Brussel Conferentie 2025 die plaatsvond op 17de en 18de november, markeerde de vierde editie van dit vlaggenschipevenement dat gewijd is aan artificiële intelligentie (AI), data en robotica voor het algemeen belang. Gedurende twee dagen, in Studio Flagey (Conferentiedag, 17de november) en BeCentral (Partnerdag, 18de november), bracht de conferentie onderzoekers, beleidsmakers, ondernemers en burgers samen om verschillende vragen te verkennen rond het thema van dit jaar “AI, Robots, & Wij: Samenleven met Intelligente Agenten?”.
Deze editie van 2025 richtte zich op de groeiende aanwezigheid van AI-systemen en robotische agenten in het dagelijks leven – van huishoudelijke taken en openbare diensten tot wetenschappelijke ontdekkingen, gezondheidszorg en zelfs veiligheid. De conferentie nodigde de deelnemers uit om na te denken over wat een “agent” definieert, wat het betekent om onze omgevingen met hen te delen, en hoe we ervoor kunnen zorgen dat deze technologische verschuiving verenigbaar blijft met democratische waarden, veiligheid en ethiek.
Meer dan 800 deelnemers, 15 sprekers en 10 sessies namen deel aan de conferentie van dit jaar, wat de toenemende belangstelling voor verantwoorde AI en robotica in Brussel en daarbuiten illustreert.
In de afgelopen jaren heeft FARI – AI for the Common Good, een gezamenlijk onderzoeksinstituut onder leiding van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en de Université libre de Bruxelles (ULB), zich gepositioneerd als een sleutelspeler in het overbruggen van onderzoek, overheidsadministraties, industrie en burgers rond betrouwbare AI, data en robotica.
Met de vooruitgang in AI, data en robotica nemen de vragen over hun ethische en maatschappelijke impact toe. De FARI Brussel Conferentie had als doel een platform te bieden voor kritische reflectie, door deelnemers samen te brengen om een praktijkgemeenschap op te bouwen die geworteld is in dialoog, gedeeld leren en samenwerking. In 2025 zette de conferentie deze missie voort door ruimte te creëren voor uitwisseling en collectieve reflectie over hoe intelligente agenten ontwikkeld en bestuurd kunnen worden op een manier die de samenleving als geheel met mensen dient, terwijl ook vragen worden gesteld over autonomie, verantwoordelijkheid en controle.
De conferentie van dit jaar werd mogelijk gemaakt dankzij de gewaardeerde steun van onze sponsors en partners, waaronder Wallonie Bruxelles International; visit.brussels met STIB/MIVB; lifetech.brussels (hub.brussels); BruBotics (Vrije Universiteit Brussel); de Britse Ambassade; Red Hat; EY en Fulbright. We genoten ook van mediapartnerschappen met BRUZZ en RTBF.

© Thierry Geenen
De eerste dag van de FARI Brussel Conferentie 2025 in Studio Flagey bood een volledig programma van keynotes en paneldiscussies, gecentreerd rond het thema “AI, Robots, & Wij: Samenleven met Intelligente Agenten?”.
Gedurende de dag deelden experts uit de informatica, robotica, recht, sociale wetenschappen, ethiek en het openbaar beleid hun perspectieven op hoe intelligente agenten onze samenlevingen hertekenen.
De sfeer in Flagey was zowel reflectief als hands-on: naast presentaties namen de deelnemers deel aan Q&A-sessies, informele uitwisselingen en netwerkmomenten, waarbij verschillende gemeenschappen met elkaar werden verbonden rond gedeelde bezorgdheden over de toekomst die we met, en via, intelligente agenten opbouwen.
We waren vereerd de dag te openen met een warm welkom van Carl Morch, co-directeur van FARI, gevolgd door een toespraak van Marius Gilbert, vice-rector voor Onderzoek en Valorisation en vice-rector voor Cultuur en Wetenschappelijke Mediation aan de Université libre de Bruxelles, die de sterke samenwerking tussen ULB en VUB benadrukte. We mochten ook Anne Sherriff, Brits ambassadeur in België, verwelkomen, die het evenement officieel opende en de toon zette voor de gesprekken die zouden volgen.
Net als in eerdere edities werd de FARI Brussel Conferentie 2025 onderbroken door keynotelezingen van internationaal erkende stemmen op het gebied van AI, robotica, ethiek, cultuur en openbaar beleid. Hoewel zij uit verschillende disciplines kwamen, kwamen zij samen rond één gemeenschappelijke boodschap: intelligente agenten moeten ten dienste blijven staan van mensen en het algemeen belang, en niet omgekeerd.
De keynotesessies nodigden de deelnemers uit om voorbij de hype rond AI en robotica te kijken en zich in plaats daarvan te richten op concrete mogelijkheden, beperkingen en afwegingen. Sprekers onderzochten waar intelligente agenten zinvol kunnen bijdragen aan het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen, waar zij het risico lopen nieuwe vormen van afhankelijkheid of uitsluiting te introduceren, en waar het kiezen om bepaalde systemen niet in te zetten de verantwoordelijke optie kan zijn.
Een andere sterke rode draad doorheen de dag was de nood aan democratisch toezicht en burgerbetrokkenheid. Van het ontwerp van algoritmen tot hun inzet in steden, werkplekken of openbare instellingen benadrukten de keynote sprekers dat vragen rond macht, vertegenwoordiging en stem centraal staan. Intelligente agenten zouden het menselijk beoordelingsvermogen en collectieve besluitvorming moeten versterken, niet stilzwijgend vervangen.
De FARI Brussel Conferentie begon met een inspirerende keynote van Marion Carré en een spotlight talk van Martin Isaksson, die samen de toon voor de dag zetten. Na de lunch gaf de gerenommeerde professor Arvind Narjanan zijn keynote.
Marion Carré, oprichter van Ask Mona, werkt op het snijvlak van kunst en AI en ontwikkelt tools waarmee bezoekers met kunstwerken kunnen “praten”. In het afgelopen decennium werden haar NLP- (Natural Language Processing) en generatieve AI-systemen overgenomen door grote instellingen – van Franse toeristische diensten tot het Musée national des beaux-arts du Québec en het Paleis van Versailles. Deze tools maken het voor bezoekers van alle achtergronden gemakkelijker om vragen te stellen, te leren en duurzame banden met musea op te bouwen. Vertrekkend vanuit haar achtergrond in de geesteswetenschappen en haar recentste boek reflecteerde Marion over de groeiende rol van AI in het dagelijks leven en waarschuwde zij voor een “moving walkway”-model dat snelheid, afhankelijkheid en gestandaardiseerde inhoud bevordert. In plaats daarvan pleitte zij voor een “treadmill”-benadering die inspanning, kritisch denken, diversiteit en menselijke handelingsvrijheid bewaart door een beter begrip van hoe AI-systemen worden ontworpen en gebruikt.

© Thierry Geenen
Martin Isaksson, GTM lead bij Red Hat, presenteerde de visie van het bedrijf op soevereine AI – systemen die afgestemd zijn op de eigen wetten, waarden en strategische belangen van een land of organisatie, in plaats van te vertrouwen op ondoorzichtige buitenlandse modellen. Hij merkte op dat AI is geëvolueerd van een snelheidswedstrijd naar een kwestie van controle en vertrouwen, waarbij overheden steeds vaker transparantie eisen in modeltraining en governance. Soevereine AI, zo stelde hij, vereist de mogelijkheid om modellen overal te draaien, op elke hardware, met zero-trustbeveiliging en sterke lokale capaciteiten, allemaal gebouwd op open source. De modulaire soevereine AI-stack van Red Hat stelt organisaties in staat om open-sourcemodellen efficiënt en op schaal te gebruiken, waardoor zij kunnen evolueren van modelconsumenten naar echte modelaanbieders met controle over hun data, modellen en infrastructuur. Hij besloot met de nadruk dat soevereine AI draait om het eigenaarschap van innovatie – niet om het beperken ervan – en nodigde de deelnemers uit om dit gesprek verder te zetten.
Arvind Narayanan, professor computerwetenschappen aan Princeton University en co-auteur van het boek AI Snake Oil, onderzocht waarom op LLM gebaseerde AI-agenten vaak falen en waar zij daadwerkelijk slagen. Hij stelde dat de meeste inzet van agenten – of het nu gaat om winkelen, klantenondersteuning of zelfs het automatiseren van wetenschap – tekortschiet door een kloof tussen capaciteiten en betrouwbaarheid, zwakke interfaces en pogingen om taken te automatiseren die geen automatisering vereisen. Hij wees op software-engineering als een reëel, zij het vroeg, succesvoorbeeld, waarbij agenten ontwikkelaars ondersteunen als snelle junior collega’s in plaats van hen te vervangen. Arvind benadrukte het belang van het ontwerpen van agenten voor samenwerking met mensen en voorspelde een geleidelijke transformatie van werkprocessen over een periode van tien jaar, in plaats van plotselinge jobautomatisering.

© Thierry Geenen
Professor Tom Lenaerts (academisch directeur van FARI) opende de sessie over “AI-agenten in een LLM-wereld” en introduceerde een gesprek dat filosofische, ethische en technische perspectieven op autonome AI-systemen verkende. Filosoof Xabier Barandiaran waarschuwde dat op LLM gebaseerde agenten “ondode” gesprekspartners zijn die handelen in onze op taal gebaseerde samenleving, waardoor we verschuiven van een aandachtseconomie naar een intentie-economie en dringende vragen rijzen over wie deze nieuwe geautomatiseerde handelingsvrijheid controleert. AI-ethicus James Wilson stelde dat agenten zowel kansen als risico’s versterken, en wees op milieukosten, veiligheidszorgen en het gevaar van ontmenselijking van werk wanneer AI louter de zakelijke “tick speed” versnelt zonder banen opnieuw te ontwerpen rond menselijk floreren. Onderzoeker Zhijing Jin lichtte haar werk toe rond causale en morele LLM’s, waarbij zij AI-“wetenschappers” bouwt voor rigoureuze causale inferentie en modellen auditeert op autoritaire vooringenomenheid, historisch revisionisme en bedreigingen voor de democratie. In de afsluitende discussie waren de sprekers het erover eens dat technologie alleen deze uitdagingen niet kan oplossen: democratisch bestuur, regulering, open en publieke AI-initiatieven en gedeelde kernwaarden (zoals mensenrechten) zijn essentieel om ervoor te zorgen dat AI-agenten afgestemd blijven op de samenleving in plaats van menselijke handelingsvrijheid te vervangen.

© Thierry Geenen
Professor Ann Nowé (academisch directeur van FARI) modereerde een panel over de “do’s en don’ts” van samenwerking tussen mens, AI en robot, en bracht perspectieven samen uit de academische wereld, big tech en de publieke administratie. Robotica-expert Tony Belpaeme toonde hoe robots evolueren van louter fysieke taken naar diep sociale rollen, en benadrukte technische hiaten (zoals zwakke spraakherkenning voor niet-Engelse en atypische stemmen) evenals zowel de belofte als de ethische ambiguïteit van het inzetten van gezelschapsrobots om eenzaamheid aan te pakken. Sasha Vezhnevets van Google DeepMind schetste de verschuiving van beloningsmaximaliserende AI naar foundation models die doordrongen zijn van menselijke cultuur, en stelde dat toekomstige “agentische” AI gestuurd zou moeten worden door sociale normen, conventies en gepastheid in plaats van door één universeel afstemmingsdoel. Francesco Raffaele Ferri beschreef hoe de regio Emilia-Romagna grootschalige publieke rekenkracht en een digitale tweeling (“Amartya”) inzet om ongelijkheid en beleidsimpact te simuleren. Hij deelde bevindingen uit een interne proef met een AI-copilot, die grote efficiëntiewinsten aantoonde bij goed afgebakende taken, maar ook mogelijke schade aan creativiteit en prestaties wanneer deze verkeerd wordt gebruikt. In de Q&A bespraken sprekers en publiek de rol van AI bij eenzaamheid, data-eigenaarschap, welzijn van werknemers en ongelijkheid, en benadrukten zij de nood aan democratisch bestuur en publieke, Europese AI-infrastructuren zodat deze technologieën daadwerkelijk het algemeen belang dienen.
Deze sessie over “het simuleren en verbeelden van een samenleving met AI-agenten”, geleid door Professor Geoffrey Aerts (academisch directeur van FARI), onderzocht kansen en risico’s op technisch, institutioneel en geopolitiek niveau. Jordi Cabot (LIST) merkte op dat multi-agentsystemen in opkomst zijn, maar dat LLM’s bevooroordeeld, cultureel beperkt en hulpbronnenintensief blijven. Hij pleitte voor bias-audits, betere ondersteuning voor Europese talen met beperkte middelen en duidelijke governance voor besluitvorming tussen mens en AI. Katrīna Kūkuma presenteerde de reële AI-experimenten van de gemeenteraad van Riga en kaderde AI als een systemische transformatie in plaats van een plug-and-playoplossing. Zij onderstreepte het belang van data- en technologische maturiteit, capaciteitsopbouw binnen departementen naast centrale teams, en de centrale rol van burgers als drijvende krachten achter innovatie. Een ander belangrijk luik van de discussie draaide rond toegang: wie krijgt de kans om intelligente agenten te ontwerpen, te bestuderen en ervan te profiteren? Sprekers benadrukten de nood aan open, hoogwaardige data, gedeelde infrastructuren en inclusieve opleidingsmogelijkheden zodat ook kleinere organisaties, publieke instellingen en het maatschappelijk middenveld kunnen experimenteren met en kritisch omgaan met AI en robotica.
In deze afsluitende sessie over “het reguleren en besturen van AI- en robotagenten”, gemodereerd door Professor Gregory Lewkowicz (academisch directeur van FARI), onderzocht het panel of de huidige wetgeving volstaat om opkomende AI- en robotagenten te reguleren en hoe democratisch toezicht hun inzet zou moeten sturen. Ronald Leenes (Tilburg University) stelde dat AI de grens tussen mens en product vervaagt en pleitte voor gelaagde regulering met focus op ontwerp, aansprakelijkheid en het inbedden van sociale normen. Jarmo Eskelinen (Data-Driven Innovation Initiative) benadrukte dat steden contextuele regels nodig hebben over wanneer AI mag worden ingezet, met behoud van menselijke besluitvorming in gevoelige domeinen. Claudia Chwalisz (DemocracyNext) benadrukte dat AI-governance een democratische uitdaging is die burgerbetrokkenheid en nieuwe modellen voor datagovernance vereist. Zij wees op het belang van praktische, sectorspecifieke richtlijnen en stelde dat verschillende types agenten een aangepaste vorm van toezicht vereisen in plaats van nieuwe overkoepelende wetgeving. Tot slot sprak Patrice Latinne (EY) over de toenemende autonomie van AI- en robotsystemen en de noodzaak om deze by design te besturen, met duidelijke menselijke controle en risicogebaseerde regels om veiligheid en vertrouwen te waarborgen.
De afsluitende keynote van FARI, gebracht door een van de oprichters van FARI en ULB-professor Hugues Bersini, was zowel een warm afscheid als een manifest voor democratische AI. Terugblikkend op jaren werk op het snijvlak van algoritmen en het publieke leven waarschuwde hij voor de toenemende verwevenheid van algoritmische en politieke macht, die democratisch toezicht kan ondermijnen en controle kan concentreren indien zij niet wordt begrensd. Aan de hand van concrete voorbeelden uit de COVID-19-crisis (vaccinatiesystemen, QR-codes), schoolinschrijvingen, mobiliteit in Brussel en lokale energiegemeenschappen pleitte hij ervoor om de algoritmen die ons dagelijks leven sturen te beschouwen als numerieke commons; ontworpen en beheerd via samenwerking tussen technische experts, domeinspecialisten, willekeurig geselecteerde burgers en, waar nodig, verkozen beleidsmakers. Hij benadrukte FARI’s missie om AI for the Common Good op lokaal niveau in Brussel te ontwikkelen en riep op tot sterkere samenwerking tussen universiteiten en publieke administraties om deze tools daadwerkelijk in te zetten. Tijdens de Q&A bracht hij ook milieuoverwegingen rond Large Language Models (LLM’s) ter sprake en pleitte hij voor terughoudendheid en kritische reflectie over hun gebruik.

© Thierry Geenen
Aan het einde van de conferentie was het ook het moment om Hans De Canck, medeoprichter en voormalig co-directeur van FARI, te bedanken. Hij sloot af met het herbevestigen van FARI’s engagement voor transparantie, samenwerking en verantwoorde technologische vooruitgang.
Samenwerking voor ethisch AI-bestuur
In haar slotwoorden bevestigde FARI Managing Director Karen Boers opnieuw de missie van FARI om AI, data en robotica voor het algemeen belang te bevorderen door onderzoek te verbinden met publieke administraties, industrie en burgers. Ze benadrukte ook wat de volgende stappen zijn, en in het bijzonder de lancering van het Public Interest AI Network, en nodigde partners uit om zich aan te sluiten bij een groeiende wereldwijde gemeenschap die zich richt op AI in het algemeen belang.
De discussies in 2025 bevestigden dat geen enkele actor alleen de toekomst van intelligente agenten kan vormgeven. Panels over multi-stakeholder governance benadrukten de samenwerking tussen burgers, bedrijven, onderzoekers, publieke administraties en internationale organisaties.
Voorbeelden toonden aan hoe participatieve methoden, burgerdialoog en co-creatieprocessen kunnen bijdragen aan het definiëren van aanvaardbare toepassingen van AI en robotica, het ondersteunen van gedeeld toezicht en het opbouwen van langetermijnvertrouwen in technologische transities.
De conferentie werd op 18 november voortgezet met de Partnerdag in BeCentral, mede-georganiseerd met meerdere partners en gericht op deep-dive sessies, workshops en hands-on samenwerkingsformats.
Gedurende de dag verkenden partners en deelnemers via workshops en gerichte sessies concrete toepassingen van intelligente agenten in sectoren zoals publieke administratie, mobiliteit, gezondheid, duurzame stedelijke ontwikkeling en democratische participatie. De discussies gingen in op hoe steden en regio’s experimenteren met AI-gedreven tools, hoe data-infrastructuren worden opgebouwd en bestuurd, en hoe organisaties interne capaciteiten kunnen ontwikkelen om op een verantwoorde manier met AI, data en robotica te werken.

© Thierry Geenen
Gedurende de dag behandelden de uitwisselingen een brede waaier aan praktische en beleidsgerichte thema’s: hoe verantwoordelijke AI-strategieën in organisaties kunnen worden opgebouwd; hoe AI-regulatoire sandboxes in de praktijk kunnen worden geïmplementeerd; wat “AI-veiligheid” betekent wanneer deze wordt benaderd vanuit het algemeen belang; en hoe internationale samenwerking betrouwbare AI over grenzen heen kan versterken. Deelnemers verkenden ook data stewardship en dataruimtes om betere publieke diensten mogelijk te maken, debatteerden over de impact van AI op democratische processen, onderzochten samenwerking en interoperabiliteit tussen mens, AI en robot, en bekeken concrete innovatiepaden – van healthtechtoepassingen die AI en robotica combineren tot accelerator pitches die ideeën omzetten in oplossingen voor de echte wereld.
De Partnerdag werd mede georganiseerd met een diverse groep organiserende partners, waaronder het Knowledge Centre Data & Society; het AI Office, CybeRights en de Universiteit van Bologna (EUSAIR); het Global AI Policy Research Network (vertegenwoordigd door de Technische Universiteit Delft en het Uniarts Research Institute); de Québec-vertegenwoordiging in België; The Data Tank; BUDA; Make.org; NASK en het Łukasiewicz – Poznań Institute of Technology (INVEST-project); lifetech.brussels; en BruBotics (VUB-onderzoekslab). Aanvullende sessies werden mede georganiseerd met het Public Interest AI Network en de Fulbright Alumni Association of Belgium (FAAB), samen met het FARI – AI for the Common Good Institute (ULB & VUB).

© Thierry Geenen
De sessies tijdens de FARI Brussel Conferentie 2025 brachten een aantal vragen naar voren:
– Samenleven met intelligente agenten: Naarmate AI-systemen en robots ingebed raken in woningen, straten, instellingen en werkplekken, hoe definiëren we de rollen die we hen comfortabel toekennen – en welke verantwoordelijkheden moeten strikt menselijk blijven?
– Democratie en handelingsvrijheid: Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de inzet van intelligente agenten de democratische participatie versterkt, in plaats van nieuwe vormen van toezicht, nudging of machtsconcentratie mogelijk te maken?
– Veiligheid, robuustheid en vertrouwen: Welke technische, organisatorische en juridische waarborgen zijn nodig om te garanderen dat intelligente agenten betrouwbaar handelen, betwist kunnen worden wanneer nodig en onder betekenisvolle menselijke controle blijven?
– Duurzaamheid en hulpbronnen: Intelligente agenten zijn afhankelijk van data, energie en infrastructuur. Hoe kunnen we ze ontwerpen en gebruiken op manieren die milieu- en sociale duurzaamheid ondersteunen, in plaats van de druk op hulpbronnen te verhogen?
– Inclusie en rechtvaardigheid: Wie is betrokken bij het bepalen waar en hoe intelligente agenten worden ingezet? Hoe voorkomen we dat deze technologieën bestaande ongelijkheden verergeren of nieuwe vormen van uitsluiting creëren?
– Menselijke creativiteit en autonomie: Naarmate intelligente agenten ondersteunen bij meer cognitieve en creatieve taken, hoe behouden we ruimte voor menselijke nieuwsgierigheid, experimentatie en dissensus — en vermijden we dat complexe maatschappelijke vraagstukken worden behandeld als louter optimalisatieproblemen?
Gedurende twee dagen gingen experts, beleidsmakers, praktijkmensen en burgers in dialoog rond één centrale uitdaging: welke gedeelde toekomst willen we met intelligente agenten, en onder welke voorwaarden? De reflecties en ontmoetingen van de FARI Brussel Conferentie 2025 bieden een belangrijke basis om technologieën vorm te geven die mensenrechten, sociale rechtvaardigheid en duurzame ontwikkeling ondersteunen, in Brussel en daarbuiten.
Opnames van sessies van de conferentiedag zijn beschikbaar op het YouTube-kanaal van FARI, zodat een breder publiek de debatten kan terugkijken en de discussie kan voortzetten.
FARI will keep working with its partners and communities to turn its vision of AI, data and robotics for the common good into concrete projects, guidelines and opportunities for learning – and to ensure that, as intelligent agents become part of our daily lives, they do so in a way that genuinely serves us.
We look forward to returning in 2026 for more discussions and advancements – stay tuned and register to our newsletter not to miss further opportunities to connect with our communities during our events and our activities.

© Thierry Geenen
Delen
Andere nieuws